De wereld door de ogen van een honingbij

Redactionele inleiding

We kijken allemaal naar dezelfde wereld. Naar dezelfde bloemen, dezelfde hemel en dezelfde zon. Toch betekent dat niet dat we ook allemaal dezelfde wereld zíén.

Neem de honingbij. Waar wij een bloem zien in geel, blauw of wit, ontvouwt zich voor haar een ander kleurenlandschap. Ze kan ultraviolet licht waarnemen dat voor onze ogen verborgen blijft en gebruikt lichtsignalen die wij nauwelijks kunnen waarnemen om voedsel te vinden en zich te oriënteren.

Dat roept een fascinerende vraag op: hoeveel van de werkelijkheid ontsnapt eigenlijk aan onze waarneming?

Het oog van de honingbij is niet zomaar een kleinere of eenvoudigere versie van het onze. Het is afgestemd op een totaal andere manier van leven. Haar facetogen bestaan uit duizenden afzonderlijke visuele eenheden en zijn bijzonder geschikt om bewegingen en patronen waar te nemen. Het menselijke oog blinkt dan weer uit in het scherp onderscheiden van details.

Juist dat verschil maakt de honingbij zo fascinerend. Het herinnert ons eraan dat wij de werkelijkheid nooit volledig waarnemen zoals zij is, maar zoals onze zintuigen ons toelaten haar te zien.

Wetenschap brengt ons hier niet alleen dichter bij de wonderlijke wereld van een klein insect. Ze nodigt ook uit tot verwondering en bescheidenheid. Want als een honingbij al aspecten van de werkelijkheid kan waarnemen die voor ons verborgen blijven, wat bevindt zich dan nog meer buiten de grenzen van onze zintuigen?

In deze bijdrage neemt dr. Ayhan Yılmaz ons mee naar die andere zichtbare wereld — een wereld die zich vlak voor onze ogen bevindt en die we toch nooit helemaal met onze eigen ogen zullen kunnen zien.

Niet iedereen ziet dezelfde wereld

De aarde en de hemel zijn gevuld met elektromagnetische straling van uiteenlopende golflengten. Slechts een klein deel daarvan noemen wij zichtbaar licht: het gedeelte dat het menselijke oog kan waarnemen.

Maar wat voor ons onzichtbaar is, hoeft dat voor andere levende wezens niet te zijn.

Sommige dieren kunnen golflengten waarnemen waarvoor onze ogen eenvoudigweg niet gevoelig zijn. Hoewel mens, bij, vogel en talloze andere dieren dus in dezelfde fysieke wereld leven, kan hun visuele ervaring van die wereld sterk verschillen.

Dat alleen al is een intrigerende gedachte.

Wat wij ‘de zichtbare werkelijkheid’ noemen, is in feite slechts dat deel van de werkelijkheid waarvoor onze ogen zijn uitgerust.

Wanneer licht met een bepaalde golflengte ons oog binnenvalt, zetten lichtgevoelige cellen die informatie om in signalen die door onze hersenen worden verwerkt. Zo ontstaat onze ervaring van kleur.

Maar buiten het bereik van onze ogen bestaat nog veel meer.

Een kleur die wij nooit zullen kennen

Een bijzonder voorbeeld is ultraviolet licht.

Wij kunnen ultraviolet niet als kleur waarnemen. Voor dieren die gevoelig zijn voor deze golflengten maakt het echter deel uit van hun visuele wereld.

Dat levert een merkwaardige gedachte op: er bestaan aspecten van kleur die wij nooit zelf zullen ervaren.

We kunnen ultraviolet meten. We kunnen het met aangepaste apparatuur registreren en vervolgens omzetten in kleuren die voor ons zichtbaar zijn. We kunnen nauwkeurig beschrijven welke golflengten ermee overeenkomen.

Maar hoe ultraviolet er werkelijk ‘uitziet’ voor een honingbij?

Dat kunnen we niet weten.

Onze eigen zintuigen leggen hier een grens aan onze ervaring.

De bloem die wij niet zien

Honingbijen beschikken, net als mensen, over verschillende typen kleurgevoelige fotoreceptoren. Hun gevoeligheid ligt echter anders dan de onze.

Bij mensen zijn drie typen kegeltjes vooral gevoelig voor korte, middellange en lange golflengten, die grofweg overeenkomen met blauw, groen en rood. Het kleurenzicht van honingbijen is verschoven: hun belangrijkste fotoreceptoren zijn gevoelig voor ultraviolet, blauw en groen.

Daardoor ziet een bij een bloem anders dan wij.

Bloemen die voor onze ogen betrekkelijk egaal lijken, kunnen in ultraviolet opvallende patronen vertonen. Zulke patronen kunnen bestuivers helpen om het centrum van een bloem te vinden, waar nectar en stuifmeel te vinden zijn.

Wij kijken naar de bloem en zien schoonheid.

De honingbij kijkt naar dezelfde bloem en ontvangt daarnaast informatie die voor haar overleving van direct belang is.

Eén bloem.

Twee verschillende visuele werelden.

En toch maken ze deel uit van dezelfde werkelijkheid.

De hemel als kompas

Het bijzondere gezichtsvermogen van honingbijen helpt hen niet alleen bij het vinden van bloemen. Ook bij hun oriëntatie speelt licht een belangrijke rol.

Bijen kunnen patronen van gepolariseerd licht in de hemel waarnemen. Wanneer zonlicht door de atmosfeer wordt verstrooid, ontstaan polarisatiepatronen die voor onze ogen grotendeels verborgen blijven. Voor een honingbij bevatten ze waardevolle informatie over richting.

Dat is vooral bijzonder wanneer de zon niet rechtstreeks zichtbaar is.

Ook wanneer wolken een deel van de hemel bedekken, kan informatie uit het hemellicht bijdragen aan de oriëntatie van de bij. Samen met andere zintuiglijke informatie vormt dit een verfijnd navigatiesysteem waarmee zij voedselbronnen kan vinden en vervolgens haar weg terug naar de kolonie kan bepalen.

Wat voor ons gewoon een blauwe of grijze hemel lijkt, bevat voor de honingbij dus informatie die wij zonder hulpmiddelen niet kunnen lezen.

De hemel wordt als het ware een kompas.

Duizenden kleine ogen

Ook de bouw van het bijenoog verschilt fundamenteel van die van het menselijke oog.

Een honingbij heeft twee grote samengestelde ogen, ook wel facetogen genoemd. Elk daarvan is opgebouwd uit duizenden kleine visuele eenheden: de ommatidia. Iedere eenheid vangt licht uit een klein deel van de omgeving op.

Samen vormen ze een visueel systeem dat bijzonder geschikt is voor het registreren van beweging, contrasten en patronen in een groot deel van de omgeving.

Het menselijke oog werkt anders. Wij beschikken over één optisch systeem van onder meer hoornvlies, lens en netvlies, waarmee we veel meer fijne details kunnen onderscheiden.

Daarin schuilt iets opvallends.

Het oog van de honingbij is niet ‘slechter’ omdat het minder scherp ziet dan het onze. En ons oog is niet ‘beter’ omdat wij details kunnen onderscheiden die een bij ontgaan.

Beide ogen beantwoorden aan andere behoeften.

Voor een mens kan het belangrijk zijn om een gezicht te herkennen, kleine letters te lezen of de fijnste details van een voorwerp te onderscheiden. Voor een honingbij is het essentieel om tijdens haar vlucht bewegingen waar te nemen, bloemen te vinden, obstakels te ontwijken en veilig naar haar kolonie terug te keren.

De waarde van een zintuig ligt dus niet alleen in wat het allemaal kan, maar vooral in hoe goed het past bij het leven waarvoor het gebruikt wordt.

Meer dan alleen kijken

Een honingbij neemt haar omgeving bovendien niet alleen met haar ogen waar.

Tijdens haar vlucht verwerkt ze voortdurend verschillende soorten informatie. Licht, beweging, geur, luchtstromen en andere prikkels helpen haar om bloemen te vinden, obstakels te vermijden en uiteindelijk weer naar de kolonie terug te keren.

De ogen vormen dus slechts één onderdeel van een veel rijker zintuiglijk systeem.

Dat maakt een bij die ogenschijnlijk eenvoudig van bloem naar bloem vliegt ineens een stuk minder eenvoudig. Tijdens zo’n vlucht wordt voortdurend informatie verwerkt en gedrag aangepast aan wat er in de omgeving gebeurt.

Een bloem wordt herkend.

Een geur wordt gevolgd.

De positie van de hemel wordt meegewogen.

De vliegrichting wordt aangepast.

En uiteindelijk vindt het kleine dier zijn weg terug.

Hoe meer we daarover ontdekken, hoe moeilijker het wordt om zo’n klein insect nog als iets vanzelfsprekends te beschouwen.

Ieder oog zijn eigen wereld

Die verscheidenheid vinden we overal in de natuur.

Een regenworm heeft geen ogen nodig zoals wij die hebben. Lichtgevoelige cellen zijn voor zijn manier van leven voldoende om onderscheid te maken tussen licht en donker.

Roofvogels beschikken juist over een uitzonderlijk scherp gezichtsvermogen, waarmee zij vanaf grote afstand kleine details kunnen waarnemen.

En in de diepe zee leven dieren waarvan de ogen en lichtgevoelige systemen zijn aangepast aan omstandigheden waarin nauwelijks zonlicht doordringt.

Iedere leefomgeving stelt andere eisen.

Iedere soort neemt slechts dat deel van de werkelijkheid waar dat binnen het bereik van haar zintuigen valt.

Daarmee komen we terug bij de vraag waarmee we begonnen:

Wat betekent het eigenlijk om iets te zien?

De grens van onze blik

Wij vertrouwen sterk op onze ogen.

‘Eerst zien en dan geloven’, zeggen we zelfs.

Maar de honingbij maakt duidelijk hoe betrekkelijk die uitspraak eigenlijk is.

Er bestaat ultraviolet licht, ook al zien wij het niet. Er bestaan patronen van gepolariseerd licht in de hemel, ook al merken wij ze niet bewust op. Een bloem kan visuele informatie bevatten die voor een honingbij betekenisvol is en voor ons volledig verborgen blijft.

De werkelijkheid eindigt dus niet waar onze waarneming eindigt.

Dat is niet alleen een wetenschappelijke vaststelling. Het kan ook een oefening in bescheidenheid zijn.

Onze zintuigen openen een indrukwekkend venster op de wereld, maar dat venster heeft grenzen. Andere levende wezens kijken als het ware door andere vensters naar diezelfde werkelijkheid.

En misschien is juist het besef van die beperking een van de mooiste vruchten van wetenschappelijke kennis.

Want hoe meer we ontdekken, hoe duidelijker wordt hoeveel er nog buiten onze directe ervaring ligt.

Van kennis naar verwondering

Daarmee komen wetenschap en verwondering dicht bij elkaar.

Wetenschap probeert te begrijpen hoe een honingbij licht waarneemt, hoe haar ogen zijn opgebouwd, hoe verschillende fotoreceptoren functioneren en hoe zij visuele informatie gebruikt om haar weg te vinden.

Maar kennis hoeft de verwondering niet weg te nemen.

Integendeel.

Hoe meer we over zulke systemen leren, hoe meer vragen zich aandienen.

Waarom neemt de ene soort bepaalde delen van het lichtspectrum waar en een andere niet? Hoe komt het dat het waarnemingsvermogen van dieren zo nauw aansluit bij de omstandigheden waarin zij leven? En wat zegt die enorme verscheidenheid aan vormen van waarneming over onze eigen plaats in de natuur?

Voor wie de werkelijkheid ook vanuit een religieus of spiritueel perspectief bekijkt, krijgen zulke vragen nog een extra dimensie.

Het oog staat immers nooit op zichzelf.

Een oog krijgt betekenis omdat er licht is.

Het kleurenzicht van de honingbij krijgt betekenis in een wereld waarin bloemen licht weerkaatsen.

Haar vermogen om gepolariseerd licht waar te nemen krijgt betekenis onder een hemel waarin zulke patronen ontstaan.

En haar gevoeligheid voor beweging krijgt betekenis omdat ze moet vliegen, zoeken, reageren en telkens opnieuw haar weg moet vinden.

Het ene lijkt voortdurend naar het andere te verwijzen.

De Turkse geleerde en denker Said Nursi verwoordde die samenhang ooit in één eenvoudige zin:

‘Degene die het oog van de mug heeft geschapen, heeft ook de zon geschapen.’

Het is geen wetenschappelijke verklaring. Het is een uitnodiging om verder te kijken.

Om een oog niet los te zien van het licht.

Een bij niet los van de bloem.

Een levend wezen niet los van zijn omgeving.

En kennis niet los van verwondering.

Misschien is dat uiteindelijk wat de honingbij ons kan leren.

Terwijl wij proberen te begrijpen hoe zij de wereld ziet, worden we geconfronteerd met de grenzen van onze eigen blik.

We ontdekken dat er kleuren zijn die wij niet kunnen zien, signalen die wij niet kunnen lezen en werelden van waarneming die zich midden in onze eigen wereld bevinden.

De honingbij ziet niet minder werkelijkheid dan wij.

Ze ziet haar anders.

En precies daarin schuilt misschien de mooiste gedachte:

de werkelijkheid is altijd groter dan wat onze ogen ons laten zien.

DR. AYHAN YILMAZ

ÇAĞLAYAN   |   AGUSTOS 2017

VERTALING: ELIAS VAN RIJN

Deel dit bericht :

Facebook
LinkedIn
X
Threads

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Beelden vol betekenis

Ontdek krachtige beelden met woorden die inspireren en uitdagen.
Latest News
Categories

Nieuwsbrief

Schrijf je in en ontvang nieuwe artikelen en inzichten, direct in je mailbox.